|
De meest gestelde vragen.
Wat kost een konijntje?
Bij mij kosten de jonge konijntjes 20,00 per stuk.
Ongeacht of het een mannetje of vrouwtje is.
Wat eet een konijn?
Bij mij krijgen de dieren harde brokken van het merk 'Casper Faunafood', vers hooi, en altijd vers
water.
Daarnaast kunt u ze groenvoer bijvoeren of andere lekkernijen die u in een dierenwinkel kunt kopen.
Op welke leeftijd mag een jong konijntje het nest verlaten?
Een jong konijntje kan na 4 weken zelfstandig eten en drinken en zou dan, theoretisch, het nest kunnen
verlaten.
Bij mij mogen de jonge dieren die niet voor de fok of tentoonstelling blijven na 7 weken het nest
verlaten.
In alle gevallen is het het beste om de jonge dieren zo lang mogelijk bij de moeder te laten; zij kan ze
dan alles leren wat een jong konijntje moet weten.
Hoe groot moet het hok zijn?
Een hok kan in principe niet groot genoeg zijn. Te klein kan natuurlijk wel, de minimale maten voor het
hok van een Nederlandse Hangoor Dwerg is 60 x 60 cm.
Moeten konijnen in de winter naar binnen?
Nee, een konijn wat de hele zomer al buiten gestaan heeft hoeft in de winter niet naar binnen.
Zij zullen zelf een winterpels kweken en het dus echt niet koud krijgen.
Een konijn wat altijd binnen heeft gestaan kan natuurlijk niet naar buiten in de winter, deze heeft dan
geen wintervacht.
Kan een jong konijntje direct naar buiten in een hok?
De dieren die hier geboren worden worden allemaal in de schuur geboren en zijn dus gewend aan
buiten temperaturen.
Het is dus geen enkel probleem voor deze jonge dieren om direct naar hun nieuwe onderkomen buiten
te gaan.
Wanneer moet ik een rammetje laten castreren?
Ik adviseer een rammetje te laten castreren op een leeftijd van ongeveer 5 maanden.
Als u een mannetje en een vrouwtje in 1 hok heeft dan adviseer ik altijd om het mannetje eerder dan
5 maanden te laten castreren, het is al regelmatig gebeurt dat een mannetje gecastreerd was op een
leeftijd van 5 maanden maar voor die tijd zijn 'mannelijkheid' al had aangetoond met een
nestje jonge konijntjes tot gevolg.
Wanneer zijn konijnen geslachtsrijp?
Jonge konijntjes kunnen na 4 maanden al geslachtsrijp zijn.
Hoe moet ik mijn konijn optillen?
De beste manier om een konijntje op te pakken is om een hand onder de billen te pakken en een hand
achter de voorpoten.
Na het oppakken kun je het dan tegen je aan drukken.
Wanneer moeten de nageltjes en tandjes geknipt worden?
Als je konijntje altijd op een zachte ( hooi, stro of krullen ) ondergrond loopt dan slijten de nageltjes
minder snel als wanneer ze op een harde ondergrond lopen.
De nageltjes moeten ongeveer drie keer per jaar geknipt worden.
Tanden slijten vanzelf af, is dit niet het geval neem dan zo snel mogelijk contact op met de fokker.
Het konijn heeft dan een afwijking waar zo snel mogelijk iets aan gedaan moet worden.
Mijn konijn eet zijn eigen ontlasting op, waarom?
De zachte ochtend ontlasting van een konijn bevat nog heel voedingsstoffen die belangrijk zijn voor een
konijn, het is dus volledig normaal en zelfs een must dat hij dit doet.
Worden alle konijntjes ingeent?
Dat is per fokker verschillend maar bij mij worden dieren niet ingeent.
Zijn vrouwtjes liever dan mannetjes ?
Nee, dit is niet het geval hoewel de meeste mensen dit nog steeds geloven.
Feit is dat er lieve voedsters maar ook lieve rammen zijn.
Over het algemeen durf ik wel te zeggen dat de rammen wat minder `buien` hebben, en daarom
toch wat aanhankelijker zijn dan veel voedsters.
Kunnen konijnen samen gehouden worden ?
Ja, een konijn is een groepsdier wat in het wild altijd in familiebanden samenwoont.
Wij houden de dieren echter over het algemeen apart in hokken om zo ongewenste (en niet geplande)
zwangerschappen te voorkomen.
Als je konijnen samen wilt houden in een hok zorg dan dat het hok groot genoeg is om de ander bij evt.
gevechten de ruimte te geven om te ontsnappen.
De grootste kans van slagen heb je wanneer je de dieren van jongs af aan samen went.
In principe kunnen twee vrouwtje prima samen maar ik adviseer echter mannetje + vrouwtje maar
dan moet het mannetje natuurlijk wel gecastreerd zijn.
Twee mannen samen kan goed gaan maar loopt meestal af in vechtpartijen.
Hoe oud kan een konijn worden ?
Konijnen worden gemiddeld zo`n 7 tot 8 jaar oud, maar ook hierbij geldt dat de uitzondering de regel
bevestigd.
Sommige worden wel elf of nog ouder.
Kan mijn konijn in de winter buiten blijven ?
Ja dat is in principe geen probleem, mits het konijn niet op de tocht zit, dus in een degelijk gebouwd
hok wat aan drie zijden dicht is.
Een konijn kan niet tegen direct zonlicht of tocht maar een (erg) koude winter is met hun dikke pels
geen probleem.
Soms zie je dat een konijn zelf voor beschutting zorgt door een deel van het stro tegen het gaas aan
te drukken en er achter te gaan liggen.
Hoe vaak moet ik het hok schoonmaken ?
Onder normale omstandigheden is het voldoende om eenmaal per week het hok helemaal schoon
te maken.
D.w.z. alle oude bodembedekking eruit en nieuwe erin. (Op de bodem houtmot met daaroverheen stro.)
Wanneer het hok binnen staat, of in de zomer wanneer het warm is, is het aan te raden om de mesthoek
vaker als een keer per week te verschonen.
Hoe stel ik mijn nieuw gekochte konijntje het snelst op zijn gemak ?
Om de stress van de scheiding van nestgenootjes en het transport zo klein mogelijk te houden, moet u
het konijntje onmiddellijk bij aankomst thuis in de geheel ingerichte kooi (of hok) plaatsen.
Vervolgens moet hij alle tijd en rust krijgen om aan zijn nieuwe omgeving te wennen.
Iedere opwinding maakt hem onzeker, angstig en schuw.
Pas als hij begint te eten, zich uitgebreid poetst en languit in het stro gaat liggen, is de schrik
overwonnen.
Verzorging.
Voer en drinken moeten dagelijks worden verstrekt op een manier dat je in contact komt met het konijn.
Automatische systemen zorgen ervoor dat mens en dier het contact met elkaar verliezen, terwijl u juist
een konijn in huis heeft voor de gezelligheid of voor de kinderen.
Voeding.
In tegenstelling tot veelknaagdieren, die graag eens een insectje of regenwormpje lusten, eten konijnen
uitsluitend plantaardig voedsel.
Het zijn herbivoren.
Er zijn veel verschillende kant-en-klare konijnenvoeders te koop, die grofweg opgesplitst kunnen
worden in gemengd voer en geperste brokjes. Het nadeel van gemengd voer is dat een kieskeurig
konijn er de lekkerste dingen van opeet en de rest laat liggen.
Hierdoor eet het konijn erg eenzijdig, (dit probleem is te ondervangen door het konijn pas weer te
voeren wanneer alles op is.)
Met geperstebrokken heeft u dit probleem niet.
Hierin zitten vrijwel alle stoffen die uw konijn nodig heeft.
De hoeveelheid van dit kant-en-klare voer is afhankelijk van de grootte van het konijn en de
hoeveelheid lichaamsbeweging die het krijgt.
(voor de Nederlandse Hangoor Dwerg is +/- 50 gram per dag voldoende.)
Dieren die weinig bewegen worden sneller te dik, omdat ze door hun geringe activiteit weinig voedsel
verbruiken en vaak uit verveling meer gaan eten.
Konijnen die de ruimte hebben, eten minder en blijven daardoor beter in conditie.
Het levert geen problemen op wanneer u steeds wat droogvoer voor ze laat staan.
Geeft u steeds hetzelfde kant-en-klare voer en wilt u op een ander soort overstappen, doe dit dan heel
geleidelijk: nooit van de ene op de andere dag.
Konijnen zijn hier erg gevoelig voor.
Naast geschikte droge brokjes heeft elk konijn veel behoefte aan ruwe vezels in de vorm van stof- en
schimmelvrij hooi.
Dit moet altijd in voldoende mate in het hok aanwezig zijn, zodat uw konijn hiervan naar behoefte
kan eten.
Hooi behoort niet op de bodem te liggen, waar het snel vervuilt, maar in een ruif.
Drinken.
Niet alleen hooi, maar ook water is belangrijk.
Konijnen die zelden vers groenvoer krijgen, hebben meer water nodig dan konijnen die hierover
wel in voldoende mate kunnen beschikken.
Gemiddeld drinkt een konijn ongeveer een tiende van zijn lichaamsgewicht per dag.
Een waterbakje wordt door een konijn vaak omvergegooid of bevuild, een flesje met een drinknippel,
aan de buitenkant van de kooi of het hok bevestigd, is dan ook een betere investering.
Verder kan een konijn niet goed tegen al te vochtrijk voedsel. Sla, koolsoorten, bonen, klaver,
vers zacht lentegras en voederbieten liggen zwaar op de maag en veroorzaken bij menig konijn een
opeenhoping van darmgassen.
Jonge dieren –tot een leeftijd van ongeveer drie tot vier maanden- kunnen hier zo ziek van worden
dat ze het niet overleven.
Geef dit soort voedsel alleen aan volwassen konijnen en uitsluitend in kleine porties.
Eenzelfde negatieve uitwerking op de darmen heeft vers voer dat uit de diepvries of koelkast afkomstig
is.
Geef het liever op kamertemperatuur.
Geschikt vers groenvoer :
Peentjes, andijvie, boerenkool, peer, appel, paardenbloem, herderstasje, weegbree, dovenetel, kruiden,
radijzenblad en takjes (met blaadjes) van fruitbomen en wilgen.
Ziekten en behandeling.
Gezonde, goed gevoede en juist ondergebrachte dieren van een goed ras zijn gewoonlijk vrij sterk.
Schoon water, schoon voedsel en schone behuizing zullen ze in goede conditie houden.
Niettemin kan af en toe een ongelukje plaats hebben of een dier ziek worden.
Het is dan ook niet eenvoudig om een diagnose te stellen en men doet er dan ook verstandig aan er
een dierenarts bij te halen als men niet absoluut zeker is wat er aan de hand kan zijn.
Men moet de dieren dan ook regelmatig nauwkeurig controleren; speciaal de oren, ogen,
neus en geslachtsorganen. Zodra men iets ongewoons ontdekt moet het dier apart worden gezet en
warm worden gehouden. Maak dan het verblijf waar het dier heeft gezeten
(behalve in geval van verwondingen) zorgvuldig schoon en desinfecteer het.
Was ook zelf de handen grondig na een dergelijk dier in handen te hebben gehad.
Traanogen.
Behalve als gevolg van een besmetting met verwekkers van snot, kan een traanoog ontstaan door
beschadiging met stro of door kouvatten en tocht.
Ontsteking van het bindweefsel of een verstopte traanbuis kunnen dan de oorzaak zijn.
Bij sommige rassen, zoals de Franse Hangoor, kan ook het naar binnen groeien van het ooglid of een
verkeerde ligging van de oogbol de oorzaak zijn.
Door irritatie van het oog door haartjes gaat het oog tranen of treedt een infectie op.
Oorschurft.
Oorschurft is een aandoening die wordt veroorzaakt door een heel klein parasiet.
Soms komt de parasiet ook voor op de snuit en lippen en kunt u het met succes behandelen met de
daarvoor gemaakte preparaten, verkrijgbaar bij de dierenarts.
Coccidiose.
Coccidium is een eencellig parasietje dat het lichaam binnendringt en de genoemde ernstige leverziekte
kan veroorzaken.
Het konijn vermagert; de vacht verliest zijn glans; er ontstaat diaree en de buik zet op en wordt slap.
Behalve schade aan de lever, treden ook beschadigingen aan galblaas en darmen op.
De ziekte kan van het ene konjn op het andere worden overgebracht en dat is ook het geval met een
voedster en haar jongen.
Bestrijding van de ziekte bestaat vooral in zorgvuldige hygiene.
Het eencellige organisme is namelijk in de uitwerpselen te vinden.
Een erg goede maatregel is evenwel dat men de dieren in goede conditie houdt, want dan zal de ziekte
niet gauw optreden.
Houdt daarom de hokken zo ruim en schoon mogelijk.
Verstopping en diaree.
In de meeste gevallen worden beide darmstoornissen veroorzaakt door een onjuiste voeding.
Verstopping kan gewoonlijk worden verholpen door het opvoeren van de hoeveelheid groenvoer.
Diaree, indien niet een symptoon van iets ernstigers, kan worden behandeld door de hoeveelheid
groenvoer juist te verminderen.
Een ander middel om diaree tegen te gaan is om van hooi thee te trekken en dat de konijnen te drinken
te geven.
Een andere klacht, bekent als bloedwateren, moet worden behandeld door het zieke dier in een warm
hok te plaatsen en het op een dieet te zetten van zemelenpap.
Doorgegroeide nagels.
Doorgegroeide krulnagels kunnen voorzichtig worden geknipt, waarbij men moet opletten niet in het
`leven` te knippen.
Gebitsafwijkingen.
Sommige konijnen worden geboren met gebitsfouten die, als men er niets aan doet, de dood van het
konijn ten gevolge kunnen hebben.
Als een konijn geen belangstelling meer toont voor zijn voedsel en toch aan geen enkele ziekte lijdt,
is het verstandig om even naar het gebit te kijken.
Er zijn verschillende gebitsafwijkingen waaronder de zg. olifantstanden, doordat de boven en onderkaak
van het konijn niet dezelfde lengte hebben kunnen de tanden niet afslijpen en zullen ze blijven
doorgroeien tot het konijn niet meer kan eten en, als we niet op tijd ingrijpen, de hongersdood zal
sterven.
Bij een klemgebit zijn de tanden ook niet `beitelvormig`en staan ze recht opelkaar, hierdoor zullen ze
ook niet slijten en zal het hetzelfde resultaat kunnen geven als met olifantstanden.
In alle gevallen van duidelijke gebitsafwijkingen is het beter en, voor het konijn, humaner om er zo
spoedig mogelijk een eind aan te maken.
Alle andere opties zullen de lijdensweg voor het konijn alleen maar langer maken.
Abcessen. Opeenhopingen van etter in een holte die zich in het weefsel heeft gevormd.
Abcessen vormen zich meestal onderhuids en worden veroorzaakt door bacterien of andere organismen
die het lichaam binnendringen via een wond of een schram.
Behandel een abces door voorzichtig het haar om het abces weg te knippen en maak het gebied rond de
wond dan schoon met warm water, waaraan een antiseptisch middel is toegevoegd.
Als het abces doorgebroken is, kan de pus uit de omgeving van het abces verwijderd worden en de pus
uit het abces.
Myxomatose.
Meestal dodelijk, zeer besmettelijke virusziekte bij konijnen.
De incubatietijd is 2 tot 8 dagen.
De eerste tekenen zijn oogontstekingen, gezwellen bij de oogleden en een dikke, pusachtig uitvloeisel.
Later ontwikkelen zich gezwellen aan de neus, oren, slijmvliezen en geslachtsdelen.
Na een snelle achteruitgang van de conditie, volgt na 10 tot 18 dagen van veel lijden, meestal de dood.
Behalve door contact met zieke dieren wordt de ziekte ook en voornamelijk overgebracht door een
bepaald soort mug, die aan de zeekant leeft.
Dat is een verklaring voor het feit, dat de ziekte vooral optreedt in de kuststreek.
Maar ook landinwaarts komt de ziekte voor en soms treedt ze zelfs volkomen geisoleerd op.
Dit is echter ook weer niet verwonderlijk, als je bedenkt, dat bij een krachtige wind wolken muggen
soms kilometers ver worden meegevoerd.
Toch blijken niet alle konijnen onder deze ziekte te bezwijken: bepaalde dieren zijn blijkbaar
ongevoelig voor de ziekte of worden er wel door besmet maar hebben voldoende afweerstoffen om aan
de ziekte het hoofd te kunnen bieden.
Hoewel de ziekte nog niet geheel is uitgebannen, is ze toch sterk verminderd en treedt ze nog in
hoofdzaak op in gebieden en onder omstandigheden, die daarvoor zeer gunstig zijn.
Voor dieren die reeds aangetast zijn, is geen effectieve behandeling bekend.
Aangetaste dieren moeten dan ook direct verwijderd worden uit de stal.
Gelukkig is preventieve enting mogelijk en in de meeste gevallen voor een bepaalde periode effectief.
Rode urine.
Urine van een konijn is er in allerlei kleuren.
Het varieerd van doorzichtig wit, tot geel, oranje, rood en bruin.
Veel mensen schrikken als ze rode urine zien en denken dat het konijn bloed heeft geplast,
maar meestal is er niets aan de hand.
De rode kleur wordt vaak veroorzaakt door onschuldige stoffen in het voer, door veranderingen
in de hormonen of door invloed van licht op de urine. Twijfel je of het bloed of rode kleurstof is,
zuig dan wat van de urine op in een schoon plastic spuitje en breng het naar de dierenarts voor
onderzoek.
Snotterigheid.
Een gele afscheiding uit de neus maakt het dier aan het niezen.
Dit is een bijzonder besmettelijke aandoening die door een dierenarts moet worden behandeld.
Wonden. Wonden ontstaan meestal door onderlinge gevechten.
Was de wond voorzichtig af met een desinfectie middel en knip de haren rond de wond zorgvuldig
weg als die in de weg zitten. Als de ogen zijn beschadigd moeten die gewassen worden met een door
de dierenarts voorgeschreven oogwatertje.
Gespleten penis. Bij deze afwijking is de penis aan de achterkant geheel of gedeeltelijk gespleten.
Indien de penis helemaal open ligt is bevruchting moeilijk zo niet onmogelijk.
Omdat dit ook op een show een `onvoldoende` geeft en het erfelijk is zullen fokkers die met hun
dieren naar tentoonstellingen willen niet met deze rammen fokken.
Daarentegen kunnen deze rammen als huisdier heel goed voldoen.
Geslachtsziekte.
Dit uit zich als eerste door wondjes rondom de neus die slecht genezen en waardoor het konijn
gaat niezen.
Ook het geslachtsdeel kan opgezwollen zijn en/of wat korstjes vertonen.
Na verloop van tijd kunnen deze korstjes zich ook uitbreiden naar de ooraanzet en de kop.
Er zijn eigenlijk twee manieren van behandelen.1- Gewoon een penicilline spuit en na
10 dagen nog eens. 2- insmeren met zalf die gebruikt wordt om in koeienuiers te spuiten als
ontstekingsremmer genaamd Kanacillin Forte , dit is echter sinds kort verboden in Nederland.
Eventueel alternatief is Erykano en is verkrijgbaar bij de dierenarts.
Het probleem is na behandeling snel opgelost.
Bedenk echter wel dat het een soort geslachtsziekte is die het dier al langere tijd bij zich draagt.
Kijk daarom na met welke dieren het dier contact heeft gehad. Behandel deze ook.
Voor je het weet hebben alle dieren last van dit probleem. Let op, dit soort aandoeningen kunnen
ook voor mensen besmettelijk zijn.
Het spreekt voor zich dat je dieren die met deze kwaal besmet zijn niet verkoopt maar de kwaal
behandeld. (dit geldt natuurlijk voor alle zieke dieren.)
Daarna kan verkoop geen kwaad.
Diaree. Diaree ( dunne ontlasting ) is op zichzelf geen ziekte, maar is het begeleidend verschijnsel van ziekten
en afwijkingen, meestal zetelend in de dikke darmen, en ontstaan door fouten in de voeding of
voedingswijze.
Door de weke ontlasting kleven de haren aan elkaar rond de anus en de geslachtsopening, onder de
staart, tussen de dijen en soms op de loopvlakte van de achterbenen, hetgeen in een mate kan zijn,
dat grote mestplaten ontstaan.
In het hok vormen zich samenklonterende vlakke hopen mest, waardoor de verblijfplaats spoedig vies
en onooglijk wordt.
Toch zal je bij het waarnemen van dit beeld niet zinder meer mogen aannemen dat het konijn diaree
heeft.
Vaak is hiervan geen sprake en zijn de mestballen geheel normaal op het moment dat zij het lichaam
verlaten.
Maar door een overvloedige urinelozing worden deze mestballen dadelijk daarna verweekt.
Het voeren van veel koolbladeren lang achtereen is hier een der oorzaken.
Bij diaree in geringe mate hoeft het konijn niet ernstig ziek te zijn.
Wel verliest de pels spoedig zijn glansen is het dier wat minder levenslustig, maar bij verandering van
voedselherstellen deze lichte gevallen in de regel spoedig.
Er zijn echter ook vormen, waarbij het konijn zeer ziek wordt, niet eet eneengedoken, roerloos met open
haarkleed en omfloerste oogopslag, in een hoek van het hok zit.
Sommige gevallen van diaree worden sleepend, andere leiden tot de dood van het dier.
Bepalend voor de gang van zaken in dit opzicht is de aard en de ernst van de ziekte, waarvan de diaree
het waarneembare verschijnsel was.
Een ziekte, gepaard gaande met diaree, die vrij veel slachtoffers maakt, is de darmontsteking, zonder
aawijsbare aansprakelijke bacterien.
Vrijwel steeds zijn het konijnen die gevoerd waren met geconcentreerd krachtvoer, waarbij was
nagelaten hooi te verstrekken, of waarbij in het voorjaar te eiwitrijk gras was bijgevoerd.
Daarom moet bij het graan en het geconcentreerde korrelvoer, steeds hooi en water gegeven worden,
terwijl met het verstrekken van eiwitrijk groenvoer naast volwaardig krachtvoer zeer voorzichtig
gehandeld moet worden.
Konijnen met diaree verliezen veel van hun lichaamswarmte.
Zij moeten daarom in een beschut hok verblijven, dat verder regelmatig en vaak gereinigd wordt.
Een dikke strolaag moet de bodem bedekken. Het krachtvoer wordt achterwege gelaten.
Het rantsoen bestaat de eerste twee dagen uit hooi in geringe mate en gekookt water of rijstwater.
Na twee dagen geeft men selderie.
Pas als het herstel is ingetreden wordt langzaam overgeschakeld op een normaal rantsoen, waarbij zorg
gedragen moet worden niet meer in de oude voedingsfout te vervallen.
In veel gevallen zal ook een gunstig resultaat worden bereikt door het toedienen van een antibiotica.
R.H.D.
Het virus komt onverwachts en woekert zich een weg door de hele stal heen, een spoor van dood en
verdriet achter zich latend.
Je ziet het niet, je hoort het niet, je ruikt het niet maar plotseling is het er. R.H.D. een virus dat alleen via
de elektronenmicroscoop zichtbaar te maken is, zorgt in het konijn ervoor dat alle bloedvaten gaan
lekken.
Wanneer de bloedbuizen in het lichaam niet meer gesloten zijn, zullen de organen vollopen met bloed.
De milt, gelegen bovenop de maag, zwelt tot wel driemaal zijn normale grootte.
De lever is donkerrood, sterk gezwollen door het bloed en ronde kanten markeren de randen in plaats
van normale messcherpe randen.
De longen lopen vol bloed.
Door het versneld in en uit ademen gaat het bloed schuimen.
Het schuim verlaat het lichaam via de luchtpijp.
U kunt zich voorstellen hoe benauwd het dier zich zal voelen.
Het rode bloed in de ogen in het netvlies wordt nu blauw door de zuurstofarmoede.
Het konijn houdt zijn kop naar achteren gestrekt en de bek staat wagenwijd open om nog maar iets lucht
binnen te krijgen.
Met de kop naar achteren, de voorpoten naar voren gestrekt en bloedcellen schuimend uit de neus sterft
het dier binnen ettelijke uren een benauwde dood.
Schreeuwend met een hoog piepend geluid probeert het dier nog lucht te krijgen, maar tevergeefs.
Niets helpt, medicijnen niet, goede hygiene niet.
Eenmaal per jaar kunt u uw dierenarts uw dieren tegen het gevaarlijke konijnenvirus
Rabbit Haemorragic Disease laten inenten.
Een injectie onder de huid van het konijn zorgt voor een opbouw van antistoffen in het bloed en de
luchtwegslijmvliezen.
Daardoor kan het virus van buitenaf het konijn niet meer infecteren.
In een niet geent konijnenbestand zorgt het virus voor een ware chaos.
Na infectie duurt het 24 tot 48 uur voordat de eerste symptomen zichtbaar zijn.
Negentig procent van alle dieren sterft zeer snel en in heftige ademnood.
Konijnen onder de vier weken worden niet aangetast en van jonge dieren tot ongeveer acht weken
leeftijd wordt slechts een op de vijf ziek.
Wilde konijnen zijn en blijven drager van het virus.
Ook bij wilde konijnen veroorzaakt het virus enorme sterfte, maar er blijven altijd dieren in leven die
het virus in hun bloed bij zich dragen en ook via de urine en keutels uitscheiden.
Via snot en speeksel wordt het virus over vooral groenvoer uitgespreid.
Het voeren van groenvoer en allerlei wilde planten is de belangrijkste bron van overdracht van het virus
naar onze konijnen.
Daarnaast kunnen stekende insecten door bloedweefselstof te zuigen bij de aangetaste dieren een bron
van besmetting zijn.
Daarom zouden onze konijnen binnen gehouden moeten worden en achter vliegengaas beschermd.
Dat dit niet overal te realiseren is, moge duidelijk zijn.
Vooral als het overdag warm is en in de avond begint af te koelen willen alle insecten in de nog warme
stal trekken.
Wanneer de mug dan honger krijgt zal hij met zijn steeksnuit het bloed bij onze konijnen zuigen.
Tegelijkertijd brengt hij het R.H.D. virus in de bloedbaan van het slachtoffer en binnen twee dagen is
het kwaad geschied.
Gelukkig zijn wij,mensen, ongevoelig voor dit virus. Hoewel we volop door muggen gestoken worden
is het niet mogelijk dat wij door deze steken het R.H.D. virus oplopen.
|